|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
 |
Het uiterlijk van een paard noemen we het exterieur. De lichaamsbouw, de hoogte, de haarkleur, en de eventuele aftekeningen bepalen samen het exterieur. Afhankelijk van het doel waarvoor een paard gebruikt wordt en het ras waartoe het dier tot behoort stellen we eisen aan het exterieur. Een tuigpaard dient anders te zijn gebouwd dan een springpaard. En bij een kinderpony is het uiterlijk minder belangrijk dan het rijgemak.
Lichaamsbouw. Van voor naar achter onderscheiden we bij een paard de volgende lichaamsdelen:
|
 |
|
 |
|
 |
 |
1 Maantop 2 Neus 3 Kingroeve 4 Keel 5 Schouder 6 Schouder- of boeggewricht 7 Borst 8 Onderarm 9 Handwortel 10 Pijp 11 Kroon 12 Hoef 13 Hoefballen 14 Koot 15 Kogel 16 Pees 17 Elleboog 18 Flank 19 Knie 20 Schenkel 21 Zwilwrat 22 Spronggewricht 23 Hak 24 Zitbeenknobbel 25 Staartwortel 26 Kruis 27 Heupen 28 Lendenen 29 Rug 30 Schoft 31 Manen 32 Nek 33 Hals
|
 |
|
|
|
 |
We spreken van een harmonisch gebouwd paard, als het goede verhoudingen heeft. Dit is het geval als de verschillende delen van het paard, de voorhand, de middenhand en de achterhand, aan bepaalde eisen voldoen.
|
 |
|
 |
Maantop en de Manenkam. De maantop is het gedeelte van de manen dat zich bovenop een paardenhoofd bevind en naar voren valt. De manenkam loopt over de halswervels tot aan de schoft. Het kopstuk van het hoofdstel wordt tussen de maantop en de manenkam ingelegd.
Schoft. De schoft hoort het hoogste punt van de paardenrug te zijn.De schoft bevind zich onderaan de hals, waar de schouderbladen samenkomen.
Pijpbeen. Het pijpbeen bevind zich tussen het hielbeen en de kogel van de benen van het paard. In principe moeten de pijpbenen kort en plat zijn. Te lange pijpbenen zijn minder sterk. Op dit gedeelte van het paardenbeen behoren de pezen en de gewrichtbanden goed zichtbaar te zijn.
Droge ledematen. Bij een paard met droge ledematen is het onder de huid liggende skelet duidelijk te zien. Een paard met droge ledematen heeft geen last van gallen ( vocht in de peesscheden).
Spronggewricht. Het spronggewricht bevindt zich in het achterbeen van het paard, tussen het hiel- en het schenkelbeen. Het gewricht is zeer belangrijk omdat het van invloed is op de actie, de gangen en de springcapaciteiten van het paard. een goed spronggewricht zorgt ervoor dat schenkel- en dijbeen een hoek van ongeveer 150 graden vormen.
Overbouwd. Een paard is overbouwd als het hoogste punt van het kruis hoger ligt dan het hoogste punt van de schoft. Vooral bij jonge paarden is dit vaak te zien. Dit verdwijnt meestal weer in de groei.
Vierkant staan Een paard staat vierkant als er van opzij slechts een achterbeen en een voorbeen te zien is. Omdat de andere benen er achter schuil gaan.
|
 |
 |
|
 |
|